CONSTITUENTS: NOMINAL PREDICATES
This is a exercise about nominal predicates in Dutch. Identify the nominal part of the nominal predicate in the sentences below. Type your answer in the blank. Use the 'check' button to correct your answer. If you do not know the correct answer, please click on 'show answer'. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Example:
Ik was vroeger eerste minister.
[Answer] eerste minister
Ben je altijd de secretaris van de voetbalclub geweest?
Hij wil graag piloot worden.
Mijn vader wordt nooit heel boos.
Ze blijkt een gerespecteerde dichteres te zijn.
Pieter lijkt mij een goede vader.
Komt die naam jou ook bekend voor?
De ouders van Hans schijnen me erg onaardig.
Hij wordt gek van al dat gedoe.
Ze wordt later ongetwijfeld een goede zwemster.
Na zijn studies was mijn vader een aantal jaren werkloos.
Die grote zwarte hond lijkt helemaal niet gevaarlijk.