CONSTITUENTS: OBJECTS
This is a revision exercise about direct, indirect and prepositional objects in Dutch. List the objects used in the sentences below. Give for each object its type (in brackets). Separate the items by commas. Use the 'check' button to correct your answer. If you do not know the correct answer, please click on 'show answer'. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Examples:
Ik luister nooit naar de radio.
[Answer] de radio (prepositional)
Hij geeft haar een bos bloemen.
[Answer] haar (indirect), een bos bloemen (direct)
Omdat ze gisteren last had van haar been, ging ze vroeg slapen.
Als we dit examen halen, geven we een feest.
Mijn oma drinkt nog altijd bier, hoewel ze morgen 90 jaar wordt.
Ze is altijd lui geweest, omdat haar ouders haar alles geven.
Toen ik hem pas leerde kennen, hield hij nog van een andere vrouw.
Voor zover ik weet, organiseren ze geen etentje.
Paul lijkt op zijn broer, maar helemaal niet op zijn zus.
Omdat ze gisteren ziek was, heeft ze haar huiswerk niet gemaakt.
Mijn moeder houdt te veel rekening met de gevoelens van mijn vader.
Als hij dit jaar geen baan vindt, wil hij in Afrika gaan wonen.
Hij schenkt haar al zijn aandacht, maar toch is ze niet tevreden.
Nu ik die lekkere Franse wijn gedronken heb, wil ik op vakantie in Frankrijk.