PARTS OF SPEECH: ADJECTIVES - ADVERBS

This is a revision exercise about adjectives and adverbs in Dutch. Read the text. It tells you about a survey on washing up. Type in the blank the correct form of the missing adjective or the correct missing adverb. The words that you should use, are given in brackets. Note that in some sentences you need to use comparative / superlative forms. Pay attention to correct spelling. Use the 'check' button to correct your answer. By clicking on 'hint' the next correct letter of the answer will be added. Click on '?' for the correct answer. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.

Examples:
Amsterdam is een _______ (mooi) stad dan Brugge.
[Answer] mooiere

Hij werkt altijd erg _________ (snel).
[Answer] snel
Click here for a short vocabulary list

De Britten zijn de (snel) afwassers in Europa en de Duitsers verbruiken de (weinig) energie tijdens de (dagelijks) vaat, zo blijkt uit een (Europees) onderzoek van de universiteit van Bonn.
Bij het onderzoek werden (mannelijk) en (vrouwelijk) proefpersonen uit Groot-Brittannië, Polen, Italië, Portugal, Slowakije, Spanje, Turkije, Frankrijk en Tsjechië aan de afwas gezet. De Britten deden de vaat heel (snel). Ze hadden net een uurtje tijd nodig om de 140 (vuil) potten af te wassen. De Turken waren het (traag) en deden er gemiddeld 1 uur en 48 minuten over.
Hoewel de Britten de (vlug) afwassers zijn, waren het de Duitsers die het (goed) met hun energieverbruik omsprongen tijdens het afwassen. En hoewel de Turken erg (traag) afwasten, scoorden ze wel (hoog) - samen met de Spanjaarden - op de ‘properheidsschaal’.