REFERRING EXPRESSIONS: PRONOMINAL ADVERBS (2)

This is an exercise about referring expressions in Dutch. Read this text about a survey on lying. Type in the blanks the five pronominal adverbs used in the fragment. Give for each item the word or word group to which they refer. By clicking on 'hint' the next correct letter of the answer will be added. Click on '?' for the correct answer. Use the 'check' button to correct your answer. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.

Example:
Hij schrijft een brief. Daarin verklaart hij zijn liefde aan zijn vrouw.
The pronominal adverb is _________. It refers to _____.
[Answer] The pronominal adverb is daarin. It refers to een brief.

Onderzoek naar liegen

De onderzoekers kozen 80 studenten (50 vrouwen, 30 mannen) als proefpersonen omdat ze die blijkbaar konden laten geloven dat het voor hun toekomstig beroep nodig was dat ze overtuigend konden liegen. Daardoor wisten ze zeker dat de studenten ernstig aan het onderzoek zouden deelnemen.
De studenten kregen een kort videofilmpje te zien waarin een jongen een ziekenhuis binnenloopt, waarna hij de jas probeert te stelen van een patiënt. Vooraf hadden de studenten al gehoord dat ze daarna in twee sessies drie vragen over het filmpje zouden krijgen, die ze twee keer moesten beantwoorden. Eén keer naar waarheid en één keer expres fout. De volgorde waarin beide gesprekken plaatsvonden, was willekeurig.
Click here for a short vocabulary list

List the five pronominal adverbs used and give the word or word group to which they refer:
The first pronominal adverb is . It refers to .
The second pronominal adverb is . It refers to .
The third pronominal adverb is . It refers to .
The fourth pronominal adverb is . It refers to .
The fifth pronominal adverb is . It refers to .