In de laatste Unit van deze module lezen we een tekstfragment over de vergrijzing van de Belgische bevolking en de daarmee samenhangende stijging van de sociale uitgaven. De tekst is gebaseerd op het artikel 'Vergrijzing 2 miljard duurder dan verwacht' dat op 28 juni 2007 op de webstek van De Tijd gepubliceerd werd. Klik hier voor de inleiding in het Engels.
Neem de volgende zeven zinnen over. Lees ze aandachtig en onderlijn alle samengestelde zelfstandige naamwoorden.
Copy the following seven sentences. Read them carefully and underline all compound nouns.
De vergrijzing van de bevolking kost aan het einde van de komende regeerperiode 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of 2 miljard euro meer dan tot nu toe was voorspeld.
Dat blijkt uit het nieuwe jaarverslag van de studiecommissie voor de vergrijzing.
Nog maar een half jaar geleden voorspelde de commissie in haar verslag voor 2006 dat de verouderende bevolking de sociale uitgaven tussen 2006 en 2012 zou doen stijgen met 0,4 procent van het bbp.
Nu blijkt dat 0,9 procent te zijn.
De commissie heeft vooral haar prognoses voor de pensioenuitgaven opgetrokken, omdat gebleken is dat de ambtenarenpensioenen veel meer dan verwacht zullen kosten.
De algemene aanbeveling van de commissie is dat de vergrijzing op drie fronten moet worden aangepakt.
De overheidsschuld moet verder omlaag, de productiviteit moet sneller stijgen, en tegelijk moet de werkzaamheidsgraad omhoog.
Have you finished? Click here to check your answers.
Taak 2: Woorden vertalen
Zoek de volgende woorden en samenstellingen op in een vertaalwoordenboek. Kies een (Engelse) vertaling die past in de context van het tekstfragment. Vertaal de stam, niet de vorm van het woord die je in de tekst aantreft.
Look up the following words and compounds in a bilingual dictionary. Identify a translation that fits in the context of the fragment. You should translate the stem, not the word as it appears in the text.
Zin 1:
regeerperiode
bruto binnenlands product
tot nu toe
voorspeld
Zin 2:
jaarverslag
studiecommissie
Zin 3:
geleden
uitgaven
Zin 5:
prognoses
pensioenuitgaven
opgetrokken
ambtenarenpensioenen
Zin 6:
aanbeveling
aangepakt
Zin 7:
overheidsschuld
verder
werkzaamheidsgraad
Van zodra je klaar bent, kan je hier je antwoorden nakijken.
Once you have finished, click here to compare your answers.
Taak 3: Definities en synoniemen opzoeken in het woordenboek
Zoek in het onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands naar definities of synoniemen voor vijf woorden uit de tekst. Kies enkel synoniemen en definities die in de context van het fragment passen. Geef een correcte definitie/synoniem voor de stam, niet voor de vorm van het woord die je in de tekst aantreft. Door hier te klikken, kom je bij de oefening.
Please look for a synonym/definition in the online dictionary Van Dale Hedendaags Nederlands for five words from the text. Only choose synonyms/definitions that fit in the context of the text fragment. You should give a correct definition/synonym for the stem, not for the word as it appears in the text. Please click here to enter the exercise.
Taak 4: Grammatica en syntaxis
Beantwoord de volgende vragen over de grammatica en syntaxis. Let erop dat er in deze taak verschillende vragen gesteld worden over het onvoltooid deelwoord.
Now answer the following grammatical and syntactical questions. Note that questions will be asked about the present participle.
Zin 1:
Geef het lijdend voorwerp. / Identify the direct object.
Zoek een voltooid verleden tijd. / Find a pluperfect.
Zoek een onvoltooid deelwoord. Klik hier om hierover eerst meer te lezen. / Give a present participle. Click here to first read more.
Zin 2:
Waarnaar wordt verwezen met dat? / What does dat refer to?
Zin 3:
Wat is het onderwerp van de hoofdzin? / Give the subject of the main clause.
Geef de persoonsvorm van de indirecte rede. / Identify the finite verb of the indirect speech.
Zoek een onvoltooid deelwoord. / Give a present participle.
Zin 4:
Waarnaar wordt met het woordje dat verwezen? / To what does the word dat refer?
Zin 5:
Geef alle voltooide deelwoorden. / Give all past participles.
Wie of wat is haar? Who or what is haar?
Zin 6:
Geef de persoonsvorm van de ondergeschikte bijzin. / Give the finite verb of the subclause.