Glossarium zestiende en zeventiende-eeuws Nederlands

In dit Glossarium vind je alle woorden en woordcombinaties terug uit de teksten van de Gespecialiseerde Modules die nu niet langer gebruikt worden of die vandaag een andere betekenis hebben. Let er wel op dat alleen de betekenissen die we in de tekstfragmenten zijn tegengekomen, hier zijn opgenomen. Ook dialectwoorden vind je hier terug. Denk eraan dat de spelling (en soms ook de betekenis) van sommige woorden in andere teksten verschillend kan zijn. De oude woorden worden in het Nederlands verklaard. Tussen ronde haakjes wordt aangegeven in welke Module en les een bepaald woord voorkomt (bv: ‘G2’ wil zeggen in les 2 van de Geschiedenis Module).

Voor een lijstje met de gebruikte afkortingen, klik hier.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

Aanbrenger, de (G5)

:

 de informant

Aardkloot, de (C7)

:

 de aardbol; de aarde

Achterkeuken, de (C1)

:

 de bijkeuken

Als de ure lijdt (K10; C10)

:

 als de tijd toestaat

Belachelijck [bn] (K9)

:

 lachwekkend

Beleeft [bn] (G6)

:

 rechtschapen

Beneven dat [vw] (G7)

:

 naast dat

Bequamelick [bw] (C8)

:

 duidelijk

Beroeren [ww] (K8)

:

 bewegen

Beuzeling, de (C7)

:

 de onzin

Bevallijk [bn] (K3)

:

 gracieus

Bewaernisse, de (G7, G10)

:

 de bescherming

Bewassen [ww] (C9)

:

 begroeien

Bezonderlijk [bw] (G7)

:

 in het bijzonder

Cloeckmoedicheyt, de (G9)

:

 de dapperheid

Dickmaels [bw] (K10, C10)

:

 vaak

Dienvolgens [vw] (G6)

:

 dus

Doen weten [ww] (C2)

:

 laten weten

Eenicheyt, de

:

 de eenheid

Gemeenlijk [bw] (K9, C4)

:

 gewoonlijk

Gering [bn] (K9)

:

 alledaags

Ghylieden [vnw] (G7)

:

 jullie

Grafleggerij, de (K6, C6)

:

 de begraving

Grond, de (K4)

:

 de achtergrond

Grootelycx [bw] (G7)

:

 ver

Herwaerts [bw] (G9)

:

 terug

Hof, de (G8)

:

 de tuin

Impuniteyt, de (G5)

:

 de kwijtschelding van straf

Inwicken [ww] (K8)

:

 onzichtbaar blijven

Kaak, de (G1)

:

 de wang

Kleed, het (G1)

:

 de jurk

Kleermaker, de (G1)

:

 iemand die kledij maakt

Krachtelijck [bw] (G8)

:

 krachtig

Kwalijk [bw] (G4)

:

 moeilijk

Landewaert in [bw] (G8)

:

 landinwaarts

Lichtelijk [bw] (G7, K10, C4, C10)

:

 gemakkelijk

Machticheyt, de (G9)

:

 de macht

Mahometist, de (G8)

:

 een volgeling van Mohammeds leer

Malen [ww] (K3)

:

 schilderen

m'Elcanderen [vnw] (G7)

:

 elkaar

Missive, de (C5)

:

 de brief

Muskel, de (K8)

:

 de spier

Naar behoren [bw] (C3)

:

 naar smaak

Naarstigheid, de (C7)

:

 de ijver

Nademael [vw] (C5)

:

 omdat

Onbeseten [bn] (K10, C10)

:

 vrij

Ondereen [bw] (C3)

:

 door elkaar

Ondersaat, de (G10)

:

 de onderdaan

Ongeld, het (G6)

:

 de belasting

Onghelijck, het (G10)

:

 het onrecht

Onlieffelijck [bn] (C9)

:

 onaangenaam

Onnozel [bn] (G3)

:

 onschuldig

Ontslaghen van [vz] (C8)

:

 zonder

Ordineren [ww] (K6, C6)

:

 opdragen

Overmits [vw] (G3, G7, G9)

:

 omdat

Overslaen [ww] (K10, C10)

:

 overleggen

Pays, de (G9)

:

 de vrede

Predike, de (K10; C10)

:

 de preek

Ruim [bw] (K6)

:

 meer dan

Salueren [ww] (G10)

:

 groeten

Slecht [bn] (G8)

:

 simpel

Spat, de (G8)

:

 de speer

Stede, de (K7)

:

 de plek

Stehuis, het (K7)

:

 het stadhuis

Steigerend [bn] (K7)

:

 indrukwekkend

Teerkost, de (G6)

:

 de verblijfskosten

Tegen de borst zijn (G9)

:

 tegen de zin zijn

Ter slincke hant (K7)

:

 aan de linkerkant

Traffijck, de (G9)

:

 de koophandel

Vanachter [bw] (G1)

:

 aan de achterzijde

Van ouder gewoonte (K8)

:

 volgens de oude gewoonte

Varen [ww] (C1)

:

 het maken; het stellen

Verledigen [ww] (C7)

:

 vrij maken

Venijn, het (G8)

:

 het vergif

Vernuft [bn] (K4)

:

 vindingrijk

Versmader, de (G2)

:

 iemand die iets afwijst

Verwe, de (C9)

:

 de kleur

Volckrijck [bn] (G8)

:

 dichtbevolkt

Voorspoedicheyt, de (G9)

:

 de voorspoed

Vrijdom, de (G9)

:

 de vrijheid

Weder [vw] (G10)

:

 of

Weshalven [vw] (C7)

:

 dus

Yegelick [vnw] (G10)

 

 iedereen