Deze laatste Test bestaat uit een reeks zelfcorrigerende,
interactieve oefeningen over de woordenschat, grammatica en syntaxis die
besproken wordt in Units 16 tot 20. Zo kan je zelf nagaan hoeveel je geleerd hebt
in de laatste vijf Units en of je klaar bent om met de Gespecialiseerde Modules
van start te gaan.
Bij elke oefening wordt er een score gegeven. Als je
score bij meer dan een oefening onder de 60% ligt, neem je best de vorige vijf
Units nog eens door alvorens te beginnen aan de volgende Units. Als je goed
scoort in deze Test en je ondervond ook geen problemen bij het maken van de
taken in de Herhaalles, kan je gerust van start
gaan met de Gespecialiseerde Modules.
Als je de inleiding in Engelse vertaling wil lezen, klik
dan hier.
Grammatica en syntaxis
In de eerste drie oefeningen wordt je kennis van de grammatica en
syntaxis getest. In oefening één moet je voor vijf (aangepaste) zinnen uit de
Units het zinsdeel aangeven (er worden drie mogelijke antwoorden gegeven)
waarin een fout tegen de grammatica en/of syntaxis gemaakt wordt. Wanneer je
het incorrecte zinsdeel gevonden hebt, wordt er uitgelegd wat er precies fout
is met het zinsdeel. In de tweede oefening vind je vijf zinnen uit de teksten
van de Units waarvan de werkwoordsvormen ontbreken. Je wordt gevraagd om het
correct vervoegde werkwoord in te vullen. De stam van het werkwoord dat je moet
gebruiken, wordt gegeven. Voor de laatste oefening moet je de verschillende
zinsdelen van drie samengestelde zinnen uit de teksten in de juiste volgorde
plaatsen. Let erop dat dit een erg moeilijke oefening is.
Klik
hier om aan de
oefeningen te beginnen.
Klik hier
voor een Engelse vertaling.
Woordenschat
De laatste drie oefeningen testen je kennis van de woordenschat. In de eerste
oefening vind je vijf zinnen waar een zelfstandig naamwoord in ontbreekt. Je
moet het juiste woord (in de correcte vorm) invullen. De ontbrekende woorden
ben je tegengekomen in de Woordenlijsten aan het einde van Units 16 tot 20.
Hoewel de zinnen niet aan de teksten ontleend zijn, ken je alle woorden die er
in gebruikt worden. In de tweede oefening moet je voor vijf reeksen van vier
woorden telkens het woord eruit halen waarvan de betekenis niet bij de andere
drie past. Wanneer je het correcte antwoord gevonden hebt, wordt er uitgelegd
waarom het woord niet bij de rest past. In de laatste oefening moet je voor
vijf definities uit het online woordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands de
werkwoorden zoeken die ze beschrijven. Let erop dat je deze definities niet
bent tegengekomen in de Units; de werkwoorden die je moet zoeken, ken je uit de
eerste tien Units. Je mag voor al deze oefeningen een woordenboek gebruiken.
Klik hier om aan de oefeningen te beginnen.
Klik hier
voor een Engelse vertaling.
Ga naar de Home
page van de Gespecialiseerde Modules.
Go to Home Page of
the Specialist Modules.