UNIT G10: Staten van de Nederlanden, Placcaet van verlatinge (1581)

 

 

 

Inleiding tot de tekst

 

We besluiten deze module met een van de bekendste plakkaten uit de Nederlandse geschiedenis, het Plakkaat van verlatinge (Plakkaat van verlating). Ook in Units 2 en 5 van deze module hebben we plakkaten of ordonnanties bestudeerd.

De Nederlandse Republiek heeft zijn ontstaan mede te danken aan het Plakkaat van verlatinge (1581). In het Plakkaat verwierpen de Staten-Generaal van de Verenigde Provincies hun koning Filips II en zijn nakomelingen. Het Plakkaat van verlatinge is een gematigd document, waarin een reeks ideeën worden uiteengezet, die we ook in andere politieke werken uit die tijd tegenkomen. Het is geen propaganda met een bittere ondertoon, maar een subtiel samengaan van feit en fictie. In het belangrijkste deel van het document wordt beschreven wat er gebeurd is en worden de redenen gegeven waarom deze gebeurtenissen het voor de inwoners van de Nederlanden onmogelijk maken om Filips II nog langer als hun wettige vorst te beschouwen. De manier waarop in het Plakkaat het recht van de burgers om zich te verzetten tegen hun koning wordt verdedigd, inspireerde gelijkaardige documenten en acties in Engeland in de zeventiende eeuw ('Glorious Revolution' en de 'Bill of Rights') en in de Verenigde Staten in de achttiende eeuw ('War of Independence' en de 'Declaration of Independence').

We willen er hier op wijzen dat het Virtual Department of Dutch (UCL) twee studiepakketten (in het Engels en Nederlands) aanbiedt over het Plakkaat van verlatinge. In deze studiepakketten worden de belangrijkste passages van dit document in detail bestudeerd en in hun historische context geplaatst. Klik hier als je deze twee studiepakketten wilt bekijken.

 

 

 

Tekstfragment

 

 

De tekst werd ontleend aan:

Placcaet vande Staten Generael vande ghevnieerde Nederlanden (Antwerpen: 1581).

 

 

Taak 1: Lezen

 

Lees de tekst aandachtig door. Enkel de laatste zin (vanaf Ende so) bestuderen we hier niet.

 

 

Taak 2: Transcriptie

 

We vragen je regels negen (vanaf Ende dat) tot dertien (tot dienen) te transcriberen. Je hoeft niets aan de originele tekst te wijzigen. Klik hier om je antwoord te vergelijken.

 

 

Taak 3: Woorden moderniseren

 

In Taak 3 moet je voor zes woorden uit de tekst de hedendaagse vorm geven. Al deze woorden bestaan nog in het hedendaagse Nederlands, je hoeft enkel de spelling te moderniseren. Klik hier voor de oefening.

 

 

Taak 4: Betekenissen zoeken

 

Zoek voor zeven woorden uit de tekst de juiste hedendaagse betekenis. Van de eerste drie woorden (die vandaag nog gebruikt worden) moet je eerst voor jezelf de spelling moderniseren voor je ze kan opzoeken in het online woordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands. Kies enkel synoniemen en definities die in de context van het fragment passen. Geef een definitie/synoniem voor de stam, niet voor de vorm van het woord die je in de tekst aantreft. De laatste vier woorden of woordcombinaties vind je niet in een hedendaags woordenboek terug of worden vandaag anders gebruikt. Probeer hun betekenis af te leiden uit de context van het fragment. Je antwoord moet je selecteren uit de drie mogelijke oplossingen die gegeven worden. Door hier te klikken, kom je bij de oefening.

 

 

Taak 5: Grammatica en syntaxis

 

Beantwoord de volgende vragen. Je moet in deze oefening ook een aantal oude woordvormen moderniseren.

 

Zin 1:

  1. Wat is de persoonsvorm van de hoofdzin?
  2. Waarnaar verwijst dese?

 

Zin 2 (tot schapen):

  1. Wat is het onderwerp van de indirecte rede?
  2. Welke moderne vorm zouden wij voor de selve gebruiken?

 

Zin 3 (tot dienen):

  1. Welke woorden uit de vorige zin moet je hier aan het begin van deze zin herhalen?
  2. Wat is de persoonsvorm van de indirecte rede?
  3. Zoek het onderwerp van de betrekkelijke bijzin.
  4. Wat betekent het ‘slangetje’ (~) boven de n van het woord en?

 

Zin 4:

  1. Aan het begin van deze zin (maer den Prince) moet je het werkwoord uit de vorige zin herhalen. Kan je dit werkwoord vinden?
  2. Wat is de persoonsvorm van de betrekkelijke bijzin (die sijn lijf)?
  3. Naar welk woord/woorden verwijst de welcke terug?

 

Ben je klaar? Kijk dan hier je antwoorden na.

 

 

Taak 6: Tekstbegrip

 

Beantwoord de volgende vragen over de inhoud van de tekst. Je antwoorden (in originele spelling) moet je uit de tekst halen.

 

1.      Wie groet de Staten-Generaal (zie regels 1-4)?

2.      Door wie worden vorsten aangesteld (zie regel 6)?

3.      Wat wordt er beweerd in de tekst: dat de onderdanen door God geschapen zijn ten behoeve van de vorst OF dat de vorst er is ter wille van de onderdanen (zie regels 9 -14)? Je mag deze vraag in het hedendaags Nederlands beantwoorden. 

4.      Op welke manier moet een vorst zijn onderdanen liefhebben (zie regels 16-17)?

 

Kijk hier je antwoorden na.

 

 

Taak 7: Vertaling

 

Maak een duidelijke en vloeiende Engelse vertaling van regels 1 tot 9 (tot schapen). Van zodra je klaar bent, kan je hier je vertaling nakijken.

 

 

Taak 8: Woordenschat

 

We vragen je de woorden die je nog niet kent (of niet hebt opgezocht) uit het lijstje hieronder voor jezelf op te zoeken in een verklarend of vertalend woordenboek. Tenslotte willen we hier nog vermelden dat je in het door ons samengestelde Glossarium 16de en 17de-eeuws Nederlands alle woorden uit de teksten kan terugvinden die nu niet langer gebruikt worden of die vandaag een andere betekenis hebben. Ook dialectwoorden zijn in het Glossarium opgenomen.

 

Zin 3:

·         tot behoefte

·         onderdanig

 

Zin 4:

·         ter wille van

 

 

Zo, dat was het, je hebt het einde van deze module bereikt! Hopelijk heb je niet alleen veel bijgeleerd in deze cursus, maar er ook een beetje plezier aan beleefd. Mocht je interesse hebben in de teksten die behandeld worden in de Modules over Kunst en Cultuur of wil je graag je leeskennis van zestiende en zeventiende-eeuwse teksten nog verder ontwikkelen, aarzel dan niet ook de andere Modules te doorlopen.

 

 

Klik hier om terug te keren naar de home page.